Dodaars

Dodaars2018-03-31

Luysen, Bree

L: Tachybaptus ruficollis
E: Little Grebe
F: Grèbe castagneux
D: Zwergtaucher

Veldkenmerken:
25-29 cm. Kleinste fuut. Heeft stomp achterlichaam, korte nek en korte, relatief dikke snavel. 
In broedkleed bovendelen donkerbruin met kastanjebruine keel, wangen en voorzijde van nek. 
Snavelbasis en mondhoek helder geelgroen, opvallende lichte vlekken vormend op overigens donkere kop. 
Flanken grijzig bruin; onderdelen een mengsel van wit en zwartbruin. 
Bovendelen 's winters veel bleker, met witte kin en wangen, keel en voorzijde van nek gelig bruin. 
Juveniel met onregelmatige witte vlekken op kopzijden. In vlucht variabele hoeveelheid wit op vleugels, maar meestal weinig of geen.

Voorkomen:
Algemene standvogel. Onopvallende, nachtelijke trek komt voor.

Habitat:
In broedtijd allerlei biotopen: alle soorten stilstaand of langzaam stromend zoetwater met voldoende dekking, in open landschap of in bossen; 
ook in kanalen, langzaam stromende rivieren, delta's en beken. 
Buiten broedtijd op meer open binnenwateren, riviermondingen en langs de kust.
« Staartmees Dodaars