Baardgrasmus

Baardgrasmus 2018-04-28

Raptorwatchpoint, Lafionas, Lesbos

L: Syvlia cantillans
E: Subalpine Warbler
F: Fauvette passerinette
D: Bartgrasmücke

Veldkenmerken:
12,5 cm. Mannetje heeft blauwgrijze bovendelen, lange grijze staart met witte buitenste staartpennen en grijze vleugels met smalle grijsbruine randen aan tertials. Kin, keel, borst en flanken oranjeroze, buik wit. 
Helder rode oogring en rode poten. Vrouwtje bruiner op bovendelen, heeft roze zweem waar mannetje oranjeroze is, ook op keel. 
Vrouwtje heeft eveneens rode oogring maar bleekbruine poten. Handpennen steken verder voorbij tertials dan bij Brilgrasmus. 
Moeilijk waar te nemen vanwege teruggetrokken levenswijze, maar mannetje heeft zangvlucht vanaf opvallende zitplaats.

Geluid: 
Zang voortdurend gebabbel van rustige tonen, lijkt op zang van Kleine Zwartkop.

Voorkomen:
Plaatselijk vrij talrijke zomergast in het zuiden. Dwaalgast in België en Nederland.

Habitat:
Open gebieden met dicht struikgewas en bomen: boomgaarden, maquis, bosranden, etc.

Voedsel:
Kleine insecten en bessen; fourageert voornamelijk in dichte vegetatie.

(bron: SoortenBank.nl)

« Cirlgors Baardgrasmus Gestreepte ringslang »