Rueppells grasmus

Rueppells grasmus2018-04-28

kust tussen Petra en Molivos, Lesbos


L: Sylvia rueppelli
E: Rüppell's Warbler
F: Fauvette masquée
D: Maskengrasmücke

Veldkenmerken:
14 cm. Mannetje heeft zwarte kop, keel en bovenborst en brede witte baardstreep. Rode iris en oogring. Nek en mantel grijs, vleugels met brede geelwitte randen aan veren, donkere staart met witte buitenste pennen. Onderdelen wit. Vrouwtje lijkt op mannetje, maar mist zwarte keel en kop is vlekkerig grijs. Juveniel moeilijk van juveniele Kleine Zwartkop te onderscheiden, vanwege zwartgrijze kop en bleke keel; verschilt door lichte randen aan vleugelveren, langere vleugels (langere handpenprojectie) en langere snavel. 
Vrouwtje heeft gele of rode oogring. Beide sexen hebben roodbruine poten.

Voorkomen:
Zomergast in uiterste zuidoosten van Europa, overwintert ten zuiden van de Sahara. Dwaalgast in NW-Europa.

Habitat:
In dicht struikgewas, zoals maquis, en in bossen met dichte ondergroei.

Voedsel:
Voornamelijk insecten en andere ongewervelden, maar ook wel bessen.

(bron: SoortenBank.nl)

« Bonte kraai Rueppells grasmus Raaf »