Noordse stern

Noordse stern2018-05-24

Farne Islands (UK)
 
L: Sterna paradisaea
E: Arctic Tern
F: Sterne arctique
D: Küstenseeschwalbe
 
Veldkenmerken:
36 cm. Vaak zeer moeilijk te onderscheiden van Visdief. Heeft eveneens een rode snavel en poten, grijze bovendelen, witte onderdelen en een diep gevorkte staart. Belangrijkste onderscheidende kenmerken zijn de kortere, koraalrode snavel (Visdief heeft meer oranje snavel met donkere punt), wat donkerder grijs verenkleed, langere buitenste staartpennen, geen donkere ruit op bovenvleugels, scherp afgescheiden donkere lijn aan onderzijde van handpennen (en deze loopt ook wat verder door dan bij Visdief) en de, onder gunstige omstandigheden zichtbare, doorschijnende slagpennen, waardoor de Noordse stern nog smallere vleugels lijkt te hebben. Juveniel grijzer op bovendelen (Visdief heeft bruine tint) en boven- en ondervleugels veel witter dan jonge Visdief.
 
Voorkomen:
Algemene zomergast in noorden van Europa. overwintert in arctische wateren.
 
Habitat:
Kustgebonden, maar broedt soms verder in het binnenland. Broedt altijd in gebieden met lage vegetatie; buiten broedtijd pelagisch.
 
Voedsel:
Vissen en kreeftachtigen, in het broedseizoen ook insecten.
 
(bron: soortenBank.nl)
« Noordse stern Noordse stern Zeekoeten (variant: gebrilde) »